Test uzelf 2
 

Bedrijfseconomie cursus
Sub-menu: E-cursus hoofdpagina

  • E-cursus hoofdpagina
  • Inhoudsopgave E-cursus
  • Verantwoording, enz.
  • Test uzelf
  • Test uzelf 2
  • Lespakket 1 downloaden
  • Cursusprijs en -registr.
  • Lespakketten los verkr.
  • EXTRA informatie bij elk van de 10 Lespakketten
  • Secties / Sections:

    NL Bedrijfseconomie
    NL Weblog
    ENG E-course
    Webshop Webshop

    Kennis is Macht
    Mis dit niet!

    JBA-Kwartaal ... meer info
    Inschrijven eZine over
    Toegepaste Bedrijfseconomie

    In de eerste week van elk kwartaal
    Rechtstreeks in je inbox!

    En ontvang direct GRATIS
    E-book Geld KOST Geld, 64
    pag., ISBN 9073397065
    Winkelwaarde 13,15 Euro

    JBA-Databank
    KvK nr. 06058640
    7522 HJ Enschede (NL)
    info@jbadatabank.com
    Website: DOTworks
     

    Test uzelf 2

    OPGAVEN (12 stuks)

    Onderstaande opgaven zijn van 'gemiddeld' niveau. Cursisten van E-cursus Bedrijfseconomie beginnen met eenvoudiger opgaven en eindigen met meeromvattende opgaven.

    Wilt u de uitwerking(en) inzien van een of meer van onderstaande 12 opgaven?
    E-mail mij info@jbadatabank.com en ik stuur u vrijblijvend wat u mij vraagt.


    OPGAVE 1

    Iemand voldoet aan een van zijn financiële verplichtingen door betaling van een jaarlijkse gelijkblijvende (aan het eind van het jaar vervallende) annuïteit à € 6.864,84. De laatste annuïteit vervalt op 31 december van jaar 10. In de annuïteit die per 31 december van jaar 4 vervalt, is € 2.589,76 rente begrepen.

    Wat is de restantschuld per 31 december van jaar 3 direct na betaling van de annuïteit?

    OPGAVE 2

    Een groenteboer - we noemen hem Klaas - zet op een zonnige dag een paar kisten met 200 kg komkommers buiten voor zijn zaak. Aan het eind van de dag blijkt helaas voor Klaas geen enkele komkommer te zijn verkocht. Er verdampt op zo'n zonnige dag allicht wat water uit die komkommers en inderdaad bij een test blijkt het watergehalte te zijn gezakt van 99 % 's morgens naar 's avonds nog precies 98 %.

    Hoeveel kg draagt Klaas aan het eind van de dag naar binnen als hij die partij komkommers weer naar zijn koelcel sleept?
    Mogelijke antwoorden: 100,00 kg? 198,99 kg? 197,98 kg? 198,00 kg?

    OPGAVE 3

    We kunnen een machine leasen. Over de lease-kosten, te voldoen bij vooruitbetaling per maand valt nog te onderhandelen. Er geldt overigens wel elke maand hetzelfde lease-kostenbedrag. We kunnen eenzelfde machine ook kopen. Aanschafprijs € 1.500.000,- te betalen op het moment van aanschaf. Geschatte levensduur 6 jaar. Geschatte restwaarde € 300.000,-. Fiscaal gelden lineaire afschrijvingen. Calculatierente 10 % op jaarbasis. Vennootschapsbelastingtarief 40 %. Belastingen over enig jaar worden aan het einde van dat jaar betaald (per 31/12 en dat is natuurlijk gelijk aan 1/1 van het volgende jaar) en hetzelfde geldt voor alle lopende uitgaven en ontvangsten behalve uiteraard de maandelijkse lease-kosten in het geval van leasing.
    Met die machine kunnen we elk jaar 20.000 eenheden product produceren en verkopen voor € 36,- per eenheid product.
    De vaste kosten exclusief afschrijvingen zijn € 170.000,- per jaar.
    Proportioneel variabele kosten € 5,- per eenheid product.

    Wat zijn de maximaal te betalen lease-kosten per maand?
    Wat is in geval van koop de IRR (Internal Rate of Return)?
    Dit laatste hoeft niet heel precies, ongeveer is genoeg.

    OPGAVE 4

    Een onderneming heeft tot nu toe steeds een bepaalde bewerking aan een product uitbesteed. De kosten van uitbesteding waren steeds € 6,- per eenheid product. Elk jaar is het normale aantal 80.000 stuks. Thans komt een nieuwe machine op de markt, jaarcapaciteit 100.000 stuks, waarmee men zelf de bedoelde bewerking kan uitvoeren waarbij proportioneel variabele kosten voor energie en dergelijke gelden à € 2,50 per stuk. Voorts gelden voor die machine complementaire kosten van € 10.000,- in het eerste jaar en die kosten stijgen vervolgens elk jaar met € 5.000,-. Gegarandeerd wordt een restwaarde van € 40.000,- na 5 jaar. De calculatierente bedraagt 10 % op jaarbasis. Onderhandeld wordt over de aanschafprijs van de nieuwe machine.

    Welke aanschafprijs is maximaal te accepteren?

    Stel, de machine wordt aangeschaft tegen deze maximale aanschafprijs.

    Bij welke restwaarde na 4 jaar besluit u dan tot vervroegde inruil als voor het overige alles hetzelfde blijft?

    OPGAVE 5

    Het bedrijf Akron BV verwacht voor het komend jaar € 1.000.000,- totale kosten waarvan 40 % normale, constante kosten. Het restant van de totale kosten betreft proportioneel variabele kosten. De normale productie en de normale afzet bedragen 80.000 stuks per jaar. Voor komend jaar is slechts een productie en afzet van 60.000 stuks voorzien. De verkoopprijs van het eindproduct wordt bepaald door de standaardkostprijs te verhogen met een winstopslag. Deze opslag c.q. marge bedraagt 40 % van de verkoopprijs. 

    Bereken de standaardkostprijs.
    Bereken voor het komend jaar het verwachte bedrijfsresultaat.
    Splits dit verwachte bedrijfsresultaat in een verwacht verkoopresultaat (transactiewinst) enerzijds en benoem anderzijds de rest.
    Bereken de breakeven omzet.
    Als door het voeren van een reclame-campagne de omzet 20 % zou kunnen stijgen (ten opzichte van wat voor komend jaar zonder campagne al werd verwacht), hoeveel mag die campagne maximaal kosten opdat het verwachte bedrijfsresultaat minimaal wordt geëvenaard?

    OPGAVE 6

    Geproduceerd wordt uitsluitend artikel A dat verkocht wordt voor de vaste prijs van € 32,-/stuk. De normale productie en afzet is 300.000 stuks per jaar. Voor enig jaar is de productie geraamd op 270.000 stuks en de afzet op 290.000 stuks. Op grond van deze ramingen is het volgende jaarresultaat gecalculeerd:

     Omzet   € 9.280.000,-
     Kostprijs omzet   € 6.960.000,-
         ----------------  -/-
     Verkoopresultaat   € 2.320.000,-
         
     Bezettingsverlies productie € 342.000,- 
     Bezettingsverlies verkoop €   36.000,- 
       --------------  + 
         €    378.000,-
         ----------------  -/-
     Verwacht jaarresultaat   € 1.942.000,-

    Er zijn geen variabele verkoopkosten. De variabele productiekosten zijn proportioneel variabel.

    Verklaar het verschil tussen enerzijds het gegeven verwachte jaarresultaat en anderzijds het normale jaarresultaat.
    Bepaal het gegeven verwachte jaarresultaat ook met gebruikmaking van het begrip 'voorraadmutatie'.

    OPGAVE 7

    Voor een bepaald jaar zijn de kosten van een productie-afdeling in een bedrijf in totaal begroot op € 2.500.000,- als volgt gespecificeerd:

     Vaste (constante) kosten € 2.000.000,-
     Proportioneel variabele kosten €    500.000,-
       ----------------  +
       € 2.500.000,-

     

    De productie-afdeling dekt deze kosten via een tarief per machine-uur. Genoemd bedrag is gebaseerd op een begrote productie van 80.000 identieke producten. De normale productie bedraagt 100.000 stuks.

    Per product is nodig:
    • 5 kg grondstof à € 8,-/kg;
    • 2 uur arbeid à € 40,-/uur;
    • 0,5 machine-uur.
    Het product wordt op de markt gebracht voor € 250,-/stuk (ex btw). Er kan onbeperkt worden geleverd tegen deze zelfde verkoopprijs.

    Na afloop van de betreffende budgetperiode rapporteert de administratie de volgende cijfers:
    • productie 70.000 stuks;
    • grondstofverbruik 374.400 kg à € 8,25/kg;
    • loonkosten 140.400 uur à € 40,-/uur;
    • totale kosten productie-afdeling € 2.550.000,-;
    • aantal machine-uren 37.400;
    • afzet 70.000 stuks à € 240,-/stuk (ex btw).
    OPDRACHT

    Analyseer, zo volledig mogelijk. En presenteer klip en klaar uw bevindingen.

    Opm.
    Dit vraagstuk is gegeven door de professoren Blommaert & Blommaert maar hun uitwerking is bewezen fout!

    OPGAVE 8

    Een onderneming heeft een nominaal aandelenkapitaal van € 5 miljoen, verdeeld in stukken van € 100,- nominaal. Het voor dividenduitkering beschikbare deel van de nog te behalen eerstvolgende winst zal naar verwachting € 1 miljoen zijn. De dividendrendementseis van beleggers bedraagt 10 %. De onderneming heeft ten behoeve van een nieuw investeringsproject € 2 miljoen extra eigen vermogen nodig. De beurswaarde zal met ditzelfde bedrag toenemen. De onderneming zal € 1,6 miljoen nominaal emitteren. Dit alles is bekend ruim voordat de emissie daadwerkelijk plaatsvindt.

    Wat is thans de beurswaarde?

    OPGAVE 9

    Van een onderneming is het volgende bekend:
    • rentevoet vreemd vermogen 10 % (discreet) per jaar;
    • het totaal vermogen is 3,5 keer zo groot als het eigen vermogen;
    • winstbelastingtarief 30 %;
    • rentabiliteit totaal vermogen 17,5 %;
    • netto winst € 761.250,-.

    Bereken het bedrijfsresultaat vóór rente en vóór belasting.

    OPGAVE 10

    Gegeven: de volgende jaarrekening(en) van een onderneming die apparaten produceert en deze apparaten vervolgens verhuurt of verkoopt.

    Balans per 31/12/jaar 2 (tussen haakjes 31/12/jaar 1) in miljoenen euro's

    Dpm's  447  (455) Nom. aandelenkapitaal   44    (36) 
    Verhuurde apparaten  320   (239) Agioreserve  209   (157) 
    Deelnemingen     5      (5) Algemene reserve  267  (235) 
    Leningen aan klanten     7      (5) Herwaardering dpm's   53    (47) 
    Voorraden  323   (350) Voorzieningen  187   (184) 
    Handelsdebiteuren  376   (351) 7 % Obligatielening  150  (162)
    Overige vorderingen   46   (49)Onderhandse leningen  273   (220)
    Liquide middelen   26    (46)Bank   59   (180)
       Crediteuren  308   (279) 
     ------- --------  ------- -------- 
     1.550 (1.500)  1.550 (1.500) 

    De post 'Crediteuren' is gegeven inclusief te betalen belasting en dividend!

    Verlies- en winstrekening jaar 2 (tussen haakjes jaar 1) in miljoenen euro's

    Omzet 1.825   (1.801) 
    Exploitatiekosten 1.552  (1.556)  
    Dotatie voorziening      3        (-)  
    Afschrijving dpm's    57     (56)  
    Afschrijving verhuurde apparaten    85     (66) 
     -------  ---------  
    Bedrijfskosten 1.697 (1.678)
      -------  --------- 
    Bedrijfsresultaat   128   (123)
    Betaalde rente    47    (62) 
      -------  ---------  
    Winst vóór belasting    81     (61) 
    Belasting    31    (19)
      -------  ---------  
    Winst na belasting    50    (42) 
         
    Winstbestemming    
    Dividend    18    (14)
    Toevoeging aan algemene reserve    32     (28) 
      ------- --------- 
         50    (42)

    Toelichting:
    De winstbestemming is in de balansen verwerkt. De betaling van belasting en dividend, zoals die m.b.t. een bepaald jaar zijn vastgesteld, geschiedt in het daaropvolgende jaar.

    Beoordeel de ontwikkeling van de statische liquiditeit in jaar 2 door middel van een berekening van het werkkapitaal alsmede van de current ratio aan het begin en het einde van het jaar.
    Stel op de Staat van Herkomst en Besteding der Middelen.

    OPGAVE 11

    Kort, krachtig beantwoorden a.u.b. In telegram-stijl. Géén romans!

    Wat is 'nominalisme' en wat is 'substantialisme'?
    Noem enkele voorbeelden van zogenaamd stille reserves.
    Welke verschillende jaarrekeningen kent u?
    Uit welke onderdelen bestaat een jaarrekening?
    Welke winstbepalingsstelsels kent u?
    'Winst' is volgens u ......?

    En de winst kan, nadat u die winst gedefinieerd heeft, vervolgens gemeten gaan worden. Dat mag u doen bij de volgende en laatste opgave.

    OPGAVE 12

    In het tweede jaar van haar bestaan luidt de openingsbalans van een onderneming:
     

    Balans per 1 januari van jaar 2 (x € 1.000,-)

     Dpm's   90   Eigen vermogen   80
     Voorraad goederen     Obligatielening 120
     10.000 stuks à € 8,-/stuk   80     
     Liquide middelen   30     
       -----     -----
       200     200


    In het eerste jaar is niets bijzonders gebeurd. Er is nog geen vreemd vermogen afgelost. In alle opzichten was de oprichtingsbalans vorig jaar normaal. Men maakte toen en nu nog steeds geen onderscheid tussen de diverse activa wat betreft financieringsnormen.
    De behaalde winst vorig jaar is volledig uitgekeerd. Ook in het lopende tweede jaar is het weer de bedoeling dat de behaalde winst volledig zal worden uitgekeerd.
    De inkopen en de verkopen vinden à contant plaats.
    Jaarlijks verliezen de dpm's 10 % van hun waarde.
    De overige bedrijfskosten bedragen in totaal € 50.000,- per jaar. 
    Per einde jaar 2 wordt voorts € 10.000,- rente betaald (u mag aannemen dat dit ook de echte rentekosten zijn) en dan wordt ook € 15.000,- op de obligatielening afgelost (gemakshalve mag u hierbij uitgaan van nominale waarden).
    De NORMALE voorraad goederen bedraagt 10.000 stuks.
    De dpm's zijn in nieuwstaat NORMAAL en de nieuwwaarde (op 1 januari van jaar 2 nog € 100.000,-) is per 31 december van jaar 2 opgelopen tot € 110.000,-.
    Het algemene prijsindexcijfer (op 1 januari van jaar 2 nog 100) is per 31 december van jaar 2 opgelopen tot 107 (er heerst dus 7 % inflatie gemeten over jaar 2). In jaar 1 was er geen inflatie.
    Het winstbelastingtarief bedraagt 40 %.
    Fiscaal geldt historische kostprijs-waardering en FIFO.

    In- en verkoop goederen in jaar 2:

     

     Datum Inkoop Inkoopprijs Verkoop Verkoopprijs
       (stuks) (€/stuk) (stuks) (€/stuk)
     10 februari 20.000 10,-   
     8 maart   10,- 25.000 14,-
     7 september 10.000 11,-   
     1 november   11,50 6.000 15,-


    Gevraagd:

    De winst over jaar 2 vóór belasting.
    Stel op, de fiscale jaarrekening over jaar 2.
    Stel op, de complete netto jaarrekening over jaar 2.

     
       
     
    Period Profit Measurement Bedrijfseconomie