Test uzelf
 

Bedrijfseconomie cursus
Sub-menu: E-cursus hoofdpagina

  • E-cursus hoofdpagina
  • Inhoudsopgave E-cursus
  • Verantwoording, enz.
  • Test uzelf
  • Test uzelf 2
  • Lespakket 1 downloaden
  • Cursusprijs en -registr.
  • Lespakketten los verkr.
  • EXTRA informatie bij elk van de 10 Lespakketten
  • Secties / Sections:

    NL Bedrijfseconomie
    NL Weblog
    ENG E-course
    Webshop Webshop

    Kennis is Macht
    Mis dit niet!

    JBA-Kwartaal ... meer info
    Inschrijven eZine over
    Toegepaste Bedrijfseconomie

    In de eerste week van elk kwartaal
    Rechtstreeks in je inbox!

    En ontvang direct GRATIS
    E-book Geld KOST Geld, 64
    pag., ISBN 9073397065
    Winkelwaarde 13,15 Euro

    JBA-Databank
    KvK nr. 06058640
    7522 HJ Enschede (NL)
    info@jbadatabank.com
    Website: DOTworks
     

    Test uzelf

    Kenniselementen en Testvragen

    Onderstaande punten (1) t/m (10) betreffen harde kenniselementen, deels uniek studiemateriaal in E-cursus Bedrijfseconomie gegeven door Ir J.F. Jacobs. De vragen A t/m H zijn testvragen. Hoger onderwijs instellingen zeggen in te spelen op Eerder Verworven Competenties middels EVC-centra. Test hier uzelf.

    Het kunnen oplossen van een (flinke) renterekensom, vergelijk bijvoorbeeld twee hypotheekoffertes, de ene met maandbetaling, de andere met kwartaalbetaling. Compounding- c.q. discountingformule (1), gelijkblijvende annuïteitenformule (2) incluis restwaarde.[1] Formule (2) is ook geschikt voor het bepalen van afschrijvingen op basis van gelijkblijvende annuïteiten. Om renteberekeningen te maken is niet méér nodig dan deze twee formules. Met alléén de compoundingformule kan worden volstaan indien renteberekeningen worden gemaakt met behulp van een spreadsheet.

    Rentetarief 8,40 % 'per' jaar is identiek aan x % 'per' maand (S.I.).

    A Bereken x.

    Hypotheeklening groot € 200.000,-. Gelijkblijvende (postnumerando) maandannuïteiten. Looptijd 30 jaar. De bank rekent met 0,70 % rente op maandbasis.

    B Hoe groot is de maandannuïteit?

    C Hoe groot is het evenwaardige kwartaalrentetarief?

    D Hoe groot is de restschuld na 5 jaar?

    Een investeringsvraagstuk, operationele cash flows (dat zijn dus geen gewone cash flows) bepalen, en dan de plussen met de minnen vergelijken - TVT, ROI en natuurlijk ook NCW c.q. IRR (deze laatste noties zijn twee zijden van één en dezelfde medaille).[2] Operationele cash flows bepalen m.b.v. Cash Flow Schema (3).

    E Bereken TVT, ROI en NCW/IRR. Uitspraak over aanvaardbaarheid investeringsproject.

    Zie video waarin ik uitleg hoe snel, gemakkelijk en nauwkeurig, de NCW kan worden berekend.



    Een drietal fiscale afschrijvingsmethoden zijn: lineair, annuïteiten en vast % van de boekwaarde. Voor het laatste is een formule nodig (4); met (1) en (2) totaal nog maar 3 formules. Het valt al met al wel mee, zeg ik, voor wie formulevrees heeft.

    Waarde- en kostenbegrippen. Historische kostprijs (fiscaal), vervangingswaarde, directe en indirecte opbrengstwaarde. Standaard (SKP)/Werkelijk. Vast/variabel. Direct/indirect. AC/DC-calculaties (o.m. vaste kosten in relatie tot variabele kosten; rationele capaciteit) in relatie met breakeven-analyse, ook als productie- en verkoopaantallen uiteenlopen, hetgeen in de praktijk vaak het geval is.

    AC/DC/Breakeven-rekenschema: Omzet plus/min Voorraadmutatie minus Kosten is Resultaat (5).[3]

    Verkoopprijs minus SKP is (ruilwinst-)marge.

    Verkoopprijs minus d (differentiële kosten) is contributiemarge.

    Budgettering, standaardbudget op basis van SKP en vaak met als tussenstap een actueel budget enerzijds en anderzijds het gerealiseerde resultaat. Niet alleen eenvoudige prijs- en efficiencyverschillen, maar een behoorlijk vraagstuk incluis bezettingsverschil (hier is menig BE leerboek niet helder over), afval- en uitvalverschil, marktomvangverschil, marktaandeelverschil, assortimentsverschil, enzovoorts. Elke bedrijfsleider en ook elke verkoopmanager heeft er voortdurend veel mee te stellen.

    Het kunnen oplossen van een (flinke) som met betrekking tot aandelenemissies.

    (6) KOERS -/- CLAIMWAARDE = KOERS

         vlak voor emissie                  vlak na emissie

         cum claim                            ex claim

    (7) EMISSIEPRIJS + a ∙ CLAIMWAARDE = KOERS

                                                                 vlak na emissie

                                                                 ex claim

          waarin a is het 'aantal claims' en a = x/y

          waarbij

          x = het aantal bestaande aandelen (wat het was)

          y = het aantal nieuw uitgegeven aandelen (wat erbij komt)

    Behalve de hoofdformules (6) en (7) zijn nog enkele hulpformules gemakkelijk te onthouden. Creëer een stelsel van x vergelijkingen met x onbekenden en los dat op.[4]

    F Bereken de (theoretische) claimwaarde. Geef de balans ná emissie, te vergelijken met de balans vóór emissie.

    Over kengetallen: één momentopname zegt weinig of niets. In het verloop van de tijd een serie waarden van zo'n kengetal op een rij, met de ervaring (betrouwbare ervaringsgegevens zijn hierbij absoluut nodig), dat het wel goed zit met de liquiditeit wanneer bijvoorbeeld de quick ratio en misschien nog een ander kengetal zich bewegen tussen bepaalde minimum- en maximumgrenzen in. Zolang het daartussenin blijft, is er niets aan de hand. Zo gauw het daar uit dreigt te lopen of als het er al buiten ligt, is waakzaamheid geboden respectievelijk zijn maatregelen gewenst ter verbetering van de liquiditeit.

    Veel belangrijker dan kengetallen (statische liquiditeit) is de dynamische liquiditeit, een voortrollende prognose van in- en uitgaande geldstromen (SHBM-overzichten, vooraf, over korte perioden). Het SHBM-overzicht is ook te gebruiken als analyse-instrument (8). Van een willekeurige onderneming waarmee we wellicht zaken willen gaan doen, hebben we slechts de begin- en eindbalans samen met de V/W-rekening over de tussenliggende periode. Dan is het SHBM-overzicht, zowel direct (geeft aansluiting op álle posten van balans en resultatenrekening) als ook de diverse indirecte varianten, te reconstrueren.[5] Het directe SHBM-overzicht is vaak heel onthullend!

    G Stel op het SHBM-overzicht, zowel direct als ook minstens één indirecte variant.

    Zodra RTV is ontleed in enerzijds 'Bruto marge' en anderzijds 'Omloopsnelheid' (zie de Du Pont-chart) zijn de problemen toegedekt in plaats van dat er iets is opgelost. Het zijn vervolgens in feite allemaal gekunstelde cijfers. Gooi iets in de teller en iets anders in de noemer en je hebt weer een kengetal. Elk quotiënt, en RTV in het bijzonder, staat bij voorbaat ter discussie.[6]

    REVnetto = Netto winst/Eigen vermogen

    REVnetto = {RTV + (RTV -/- RVV) x VV/EV} x (1 -/- quota)

    Herleiding van de ene in de andere REVnetto formule is door mij bewezen en ik laat dat bewijs zien op verzoek. Cursisten krijgen desgewenst ook uitleg over vitale management informatie (9). Ook dit is uniek, door mij ontwikkeld studiemateriaal.

    RTV is de verantwoordelijkheid van managers in de sfeer van OPERATING. Vervolgens wordt het een zaak van FINANCING met de zorg voor debt/equity mix en debt rating. Wat staat precies in de teller en wat in de noemer? Is het een zinvol rendementskengetal? In literatuur en praktijk wemelt het van dit soort kengetallen. Iets van winst in de teller en iets van vermogen in de noemer met allerlei benamingen, zoals NOPAT, Capital charge, spread, EVA®, RONA, RONAE, enzovoorts waar de een dit en de ander dat onder verstaat. Iedereen kan elk getalletje invullen. Winst- en vermogenscijfers, RTV en de Du Pont-chart staan ten principale ter discussie. Voorzichtig met het ontleden van RTV in 'Bruto marge' en 'Omloopsnelheid' en wat dies meer zij. Financiële ratio analyse roept dikwijls vragen op in plaats van antwoorden te geven. Een quotiënt is een getal, een kaal kengetal. Wat is de betekenis ervan? Allerlei breuken hebben ongetwijfeld welluidende namen, maar dat zegt op zichzelf nog helemaal niks. Wat zit er achter de namen? Welke waarden? Wie kan er wat mee? Wat is het doel?

    Er is in een gezonde financiële organisatie sprake van een toereikende reserve. Niet te groot, en niet te klein. Afhankelijk van de risico's in de branche, en speciaal in deze onderneming. Men moet voldoende liquide zijn. Maar ook weer niet over-liquide. Te veel geld ligt dan immers renteloos in de kas. Ook moet men voldoende solvabel blijven. Niet te veel vreemd vermogen dus. Maar ook weer niet te weinig. Denk aan de financiële hefboomfactor. Het gaat ten slotte om het netto rendement op eigen vermogen. Let op de diversiteitsfactor, dus de op korte termijn fluctuerende vermogensbehoefte bovenop de permanente vermogensbehoefte. Qua rendement op eigen vermogen liefst zoveel mogelijk vreemd vermogen. Maar liquiditeit en solvabiliteit stellen daaraan scherpe grenzen. Een en ander is van tevoren door te rekenen. Er dient een betrouwbare financiële planning te komen. Met voorgecalculeerde balansen en verlies- en winstrekeningen en gedetailleerd per week (of andere korte termijn) een liquiditeitsbegroting (voorgecalculeerde SHBM-overzichten). En bij dat alles is flexibiliteit van het grootste belang. Het moet met andere woorden mogelijk zijn, dat allerlei dingen zo nodig soepel gewijzigd kunnen worden. Noodzakelijke aanpassingen aan veranderende omstandigheden.

    Men moet zich realiseren wat aandelen zijn. Die trekken niet alleen dividend. Ze hebben vooral ook een onmisbare financieringsfunctie. De verschaffing van het noodzakelijke eigen vermogen aan de onderneming. Zonder permanent, ondernemend, risicodragend vermogen als buffer, gaat het niet. Tegenover de risico's de dividendbeloften. Het is een twee-eenheid: risico en rendement. En dan is er nog iets. Iemand, en de vraag rijst onmiddellijk wie dat moet zijn, moet het voor het zeggen hebben. Want er moeten wel eens knopen worden doorgehakt. De zeggenschapsfunctie van het aandeel staat zeker ter discussie, maar het is er wel degelijk. De onderneming is een samenwerkingsverband, een coalitie. We kunnen het geen van allen alleen. De werknemers niet, de directie niet, de aandeelhouders niet. Ieder voor zich alleen gaat het niet. Het moet samen. In een krachtige coalitie. Een gezonde organisatie is springlevend. Een sterk organisme. In een veranderende wereld.

    Een financiële reorganisatie is aan de orde, wanneer de organisatie financieel niet (meer) gezond is. Behandeld worden de volgende drie ziektebeelden:

    1 Onderkapitalisatie;

    2 Overkapitalisatie;

    3 Kapitaalverwatering.

    Nodig is een behoorlijke reserve. Om de klappen op te vangen. Maar ook weer niet té groot. Werk via wegen der geleidelijkheid. Een bonus van 5 %, 1 op 20, zo vang je een dreigende onderkapitalisatie op. Overkapitalisatie is het gevolg van gebrek aan ideeën. De activiteiten worden minder. De onderneming wordt kleiner. Men stoot wat (vaste) activa af. Met de opbrengst weet men niets anders te doen dan vreemd vermogen aflossen. Ten slotte wordt het geld opgepot. Er is maar één goede remedie: teruggeven aan de aandeelhouders. Anders gaat het REV eraan. En de onderneming wordt alsmaar vetter, totdat iemand de tent komt opvreten. Volgens de legendarische oud-topman Vinken van Elsevier is het een kwestie van vreten of gevreten worden. Dat heet netjes fusie. Over fusies handelt de slotparagraaf van Lespakket 9, met de begrippen bedrijfsfusie, aandelenfusie, juridische fusie, acquisitie, overname of zelfs overval en joint-venture.

    Elke samenwerking, dus ook elke joint-venture, elke acquisitie en elke fusie, is pas zinvol wanneer 1 + 1 = 3, hetgeen de essentie is van organisatievorming. De (nieuwe) organisatie kan wel, wat men individueel, ieder voor zich alleen, niet kan of in elk geval niet zo goed kan. Zo niet, als het apart toch beter gaat, valt een fusie na verloop van tijd weer uit elkaar. Het omgekeerde van fusie is terugtrekking op de kernactiviteiten. Ontorganiseren. Bijvoorbeeld via een management buy-out worden delen van de onderneming afgesplitst. Zolang we de WINST niet kennen noch het VERMOGEN hangt het RENDEMENT in de lucht. Het zuiver meten, effectief én efficiënt, van periodewinst, zoals ik dat doceer, is uniek gepatenteerd studiemateriaal (10).

    H Stel op de jaarrekening, zowel intern (de facto de enig juiste jaarrekening, inclusief rente, valuta-omrekening en belasting), fiscaal (vpb-aangifte) en extern (IFRS).

    Zodra u de 10 lespakketten Bedrijfseconomie uw geestelijk eigendom kunt noemen, lost u naast A t/m H ook feilloos SPD-vraagstukken op van meer dan tien jaar geleden; toen waren dat nog veelomvattende integrale vraagstukken. U draait uw hand niet meer om voor hbo- en universitaire tentamens en examens. Over competenties gesproken, u zult menige examinator de oren kunnen wassen.

    Bovengenoemde kenniselementen komen uitvoerig aan de orde in E-cursus Bedrijfseconomie met bijbehorende files oefenopgaven. Bedrijfseconomie blijkt helemaal geen saai vak te zijn, zoals ten onrechte wel vaak wordt gedacht. Bedrijfseconomie is een vak van sommen maken. Die sommen zijn gestileerde praktische problemen. Zie Test uzelf 2

    Bedrijfseconomie helpt bij het oplossen van problemen die er los van Bedrijfseconomie toch wel zijn. Het zijn stuk voor stuk heel gewone praktische problemen waar iedereen mee zit (zie de samenvattingen bij de Hoofdstukken, de Inleiding en alle opgaven) en gelukkig is er Bedrijfseconomie om ons bij sommige van die problemen te helpen. Helaas lost Bedrijfseconomie nog steeds niet alles op. Het geeft echt een kick als je zo'n som kunt oplossen. Wie het wel kan ligt - vooral ook in de praktijk - mijlenver voor op wie het niet kan.

    Uw op- en aanmerkingen zijn zeer welkom, zullen nauwgezet worden bestudeerd en waar mogelijk ter verbetering van mijn lespakketten worden verwerkt. Ook over wat u tegenkomt bij disputen binnen het hbo en universiteit of over bedrijfseconomische problemen in bedrijven, kunt u mij altijd vrijblijvend raadplegen: CONTACT.

     

    [1] Deze formule incluis restwaarde staat in geen enkel mij bekend boek, anders dan in mijn boeken, papers en lespakketten.

    [2] Dit inzicht, idem voetnoot 1.

    [3] Eén enkel rekenschema, idem voetnoot 1.

    [4] Dit stelsel, idem voetnoot 1.

    [5] Direct SHBM-overzicht is superieur t.o.v. indirect kasstroomoverzicht, idem voetnoot 1.

    [6] Zie Vitale Management Informatie.

     
       
     
    Period Profit Measurement Bedrijfseconomie